Spotlight on

Alie de Boer

Wie bij Aeres MBO Leeuwarden rondloopt, merkt al snel: hier wordt meer gedaan dan alleen kennisoverdracht. Er wordt ook gewerkt aan hoe studenten naar de wereld kijken. Aeres leidt studenten op voor het groene domein, van landbouw tot leefomgeving, en speelt daarmee een belangrijke rol in de transities van deze tijd.

Eén van de aanjagers is Alie de Boer. Als practor van het practoraat Gezond water voor mens, dier en natuur, zet zij zich in om studenten niet alleen iets te leren, maar ze vooral anders te laten denken, onderzoeken en handelen.

De onderzoekende houding van de student

Voor Alie begint goed onderwijs niet bij het overdragen van kennis, maar bij het aanzetten tot denken. Daarvoor is een onderzoekende aanpak nodig die aanzet tot kritisch denken. Studenten krijgen geen kant-en-klare antwoorden, maar worden uitgedaagd om zelf vragen te stellen en oplossingen te verkennen. Voor Alie is deze vaardigheid geen ‘extra’, maar de basis van goed onderwijs in een veranderende wereld.

“Het is daarbij ook belangrijk dat het onderwijs zo goed mogelijk aansluit bij de leefwereld van de student.” In plaats van enkel abstracte theorie over te dragen, wordt er ook gekeken naar leren vanuit de praktijk. Niet groot en ver weg, maar klein en concreet.

Door die directe koppeling met de leefwereld van de student, ontstaat er eigenaarschap. Studenten zien niet alleen dat er iets speelt, maar voelen ook dat zij er zelf onderdeel van zijn. En juist daar zit de kracht.

 

De docent als startpunt van verandering

Opvallend is dat de aanpak van Alie zich niet alleen op studenten richt. Ze begint juist bij de docent. “Als docenten zelf niet onderzoekend zijn of de urgentie niet voelen, wordt het moeilijk om studenten daarin mee te nemen.” Daarom werkt ze aan curriculumvernieuwing waarin ruimte is voor onderzoekend leren. Niet als los vak, maar geïntegreerd in het onderwijs. Haar ultieme doel is dat het leren voor een duurzame toekomst vanzelfsprekend wordt.

 

Samen leren

De vraagstukken waar studenten aan werken, zijn zelden eenvoudig. Juist daarom is samenwerking essentieel, over opleidingen en perspectieven heen.

“Duurzaamheidsvraagstukken zijn complexe problemen. Die moet je samen oplossen.”

Toch is dat in de praktijk nog niet vanzelfsprekend. Verschillende opleidingen werken vaak nog naast elkaar in plaats van met elkaar. Daar ligt volgens Alie een belangrijke opgave: studenten leren samenwerken aan complexe regionale vraagstukken uit de praktijk.

 

Hoop

Hoewel de thema’s groot zijn, begint verandering volgens Alie klein. In lessen, projecten en opdrachten waarin studenten stap voor stap ontdekken hoe systemen werken en waar zij zelf invloed hebben. Die aanpak voorkomt dat studenten afhaken door de omvang van de problematiek.

Misschien wel het meest onderscheidend in haar aanpak is de rol van hoop. Want wie alleen problemen ziet, komt niet in actie. “Als jij denkt dat je niks kan doen, dan ga je ook niks doen.” Daarom laat ze studenten niet alleen zien wat er misgaat, maar juist ook wat er wél kan. Hoop maakt het verschil tussen passief toekijken en actief handelen.

Als je Alie vraagt naar de toekomst, is haar antwoord verrassend helder: “Ik hoop eigenlijk dat ik mezelf overbodig heb gemaakt.” Want uiteindelijk moet deze manier van denken en leren zo normaal zijn, dat er geen aparte aanjagers meer nodig zijn. Dan zit het in het systeem. In het onderwijs. In iedere student en docent.

Het verhaal van Alie de Boer laat zien dat onderwijsvernieuwing niet begint bij nieuwe lesstof, maar bij een andere manier van kijken naar de manier van leren. Door bewustwording te koppelen aan onderzoek, praktijk en hoop, ontstaat onderwijs dat studenten voorbereidt op een wereld die voortdurend verandert. En misschien nog belangrijker: onderwijs dat studenten laat ervaren dat zij daar zelf invloed op hebben.